De cyberbeveiligingsmaatregelen in Nederland: de zorgplicht (art. 21 Cbw en hoofdstuk 4 Cbb). Er is geen Nederlandse maatregelencatalogus met niveaus of certificering. Art. 21 Cbw verplicht tot passende en evenredige maatregelen om de risico's voor de netwerk- en informatiesystemen te beheersen, en hoofdstuk 4 van het Cyberbeveiligingsbesluit werkt dat uit: de entiteit neemt ten minste de maatregelen van art. 6 tot en met 18, van beleid en risicomanagement tot incidentenbehandeling, bedrijfscontinuïteit en de beveiliging van de toeleveringsketen. Voor de elf digitale categorieën van art. 4 Cbb, waaronder DNS-dienstverleners, cloud- en datacentrumaanbieders, aanbieders van beheerde (beveiligings)diensten en verleners van vertrouwensdiensten, gelden in plaats daarvan de eisen van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690.
Status: in werking sinds 15 augustus 2026; de maatregelen van het besluit zijn een minimumniveau
Cyberbeveiligingswet (Cbw)
In werking sinds: 2026-08-15
De minister die bevoegd is voor uw sector (art. 15 Cbw)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0052872/2026-08-15#Hoofdstuk5_Artikel15de zorgplicht (art. 21 Cbw en hoofdstuk 4 Cbb)
Art. 21 Cbw (tien maatregelen) · Cbb hoofdstuk 4, art. 5 tot en met 19 (ten minste de maatregelen van art. 6 tot en met 18) · Cbb hoofdstuk 5, art. 20 tot en met 22 (training en certificaat van het bestuur)
Van rechtswege (art. 8 lid 1 Cbw): entiteiten uit bijlage 1 die de drempel voor middelgrote ondernemingen overschrijden; gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten, registers voor topleveldomeinnamen en DNS-dienstverleners, ongeacht hun omvang; aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten vanaf middelgrote omvang; ministeries, zelfstandige bestuursorganen, provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen die als overheidsinstantie kwalificeren; kritieke entiteiten onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Daarnaast wordt een entiteit bij regeling of besluit aangewezen op de criteria van art. 9, en kunnen een voormalige aanbieder van een essentiële dienst en een instelling voor hoger onderwijs worden aangewezen (art. 10 en 11).
Van rechtswege (art. 12 lid 1 Cbw), voor zover geen essentiële entiteit: middelgrote entiteiten uit bijlage 1; middelgrote en grotere entiteiten uit bijlage 2; kleine en micro-aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten, en kleine en micro-verleners van vertrouwensdiensten. Instellingen voor hoger onderwijs kunnen worden aangewezen (art. 13).
Vorig regime: Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni), ingetrokken bij art. 106 Cbw. De wet geldt niet voor onder meer het ministerie van Defensie, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het openbaar ministerie, de politie en de veiligheidsregio's (art. 5 Cbw).
2026-08-15
De Cyberbeveiligingswet en het Cyberbeveiligingsbesluit zijn in werking getreden (art. 35 Cbb) en de Wbni is ingetrokken (art. 106 Cbw). Sindsdien gelden de registratieplicht, de zorgplicht en de meldplicht.
2026-10-06
Stichting Z-CERT is het CSIRT voor de gezondheidszorg en de vervaardiging van medische hulpmiddelen (art. 1a.1 Cyberbeveiligingsregeling voor de zorg).
2028-08-15
Twee jaar na de inwerkingtreding van art. 24 lid 2: ieder bestuurslid beschikt over de vereiste kennis en vaardigheden en over een certificaat (art. 24 lid 3 en 5 Cbw). Wie later wordt benoemd, heeft twee jaar vanaf de benoeming.
doorlopend
Registratie op MijnNCSC; wijzigingen in de geregistreerde gegevens meldt u binnen twee weken (art. 44 lid 2 Cbw).
Melding van incidenten: 24 u (vroegtijdige waarschuwing) / 72 u (melding) / 1 maand na de melding (eindverslag), bij uw CSIRT en uw bevoegde autoriteit, met één melding via het centrale meldpunt op MijnNCSC (art. 25 Cbb); het CSIRT is voor de meeste sectoren het NCSC, voor de zorg en de vervaardiging van medische hulpmiddelen Z-CERT en voor de waterschappen CERT-WM.
De bevoegde autoriteit is de minister van Economische Zaken (art. 15 Cbw); het toezicht ligt bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Registers voor topleveldomeinnamen, DNS-dienstverleners en gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten zijn ongeacht hun omvang essentiële entiteit. Voor cloud, datacentra, beheerde (beveiligings)diensten en de andere digitale categorieën van art. 4 Cbb gelden de eisen van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690 in plaats van art. 6 tot en met 18 Cbb.
Ministeries, zelfstandige bestuursorganen, provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen zijn van rechtswege essentiële entiteit (art. 8 lid 1, onderdelen g en h). De bevoegde autoriteit is de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor de waterschappen de minister van Infrastructuur en Waterstaat (art. 15 Cbw). Het toezicht ligt bij de RDI, voor de waterschappen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het CSIRT is CERT-WM voor de waterschappen en het NCSC voor de andere overheden; voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen levert het NCSC die dienst tot in elk geval eind 2026.
De bevoegde autoriteit is de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (art. 15 Cbw); het toezicht ligt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Sinds 6 oktober 2026 is Stichting Z-CERT het CSIRT voor de gezondheidszorg en de vervaardiging van medische hulpmiddelen (art. 1a.1 Cyberbeveiligingsregeling voor de zorg). U meldt via het centrale meldpunt op MijnNCSC.
Laatst gecontroleerd: 2026-10-29 · volgende controle gepland na 2026-12-31.